De therapeut & Anna
Jaap Wijkstra, Soest 2017, Uitgeverij Boekscout

Er zijn van die boeken, die je na het lezen meteen dichtslaat, en herbergt in de boekenkast waar ze tot decor verworden.
Na het lezen zwerft dit boek echter nog enkele dagen over de salontafel.
Dit boek tast dieper dan sommige andere werken uit onze psycho-therapeutische vakliteratuur.
Dit boek ‘moet’ niets verdedigen. Dit boek verlaat het pad van het belerende. 
Het is tegelijkertijd zeer herkenbaar in de dagelijkse praktijk. Het zegt weinig van ‘hoe het moet’.
Het heeft méér iets van hoe therapie mag zijn. Ik hou er een warm gevoel aan over. 

Het boek laat me getuige zijn van een langdurig therapeutisch proces en van een langdurige therapeutische relatie.

Anna is 38 jaar als ze zich aanmeldt bij Jaap Wijkstra. Ze voelt zich ‘leeg’. Langdurige relaties zijn een probleem. Ooit is ze behandeld voor een eetprobleem. Anna heeft kunstacademie gevolgd. En van deze ambacht leeft ze.
Haar vader is psychiater-manager en net als haar broer is hij heel rationeel ingesteld. Vader blijft relationeel ‘op afstand’. 
Hij zou ook te veel alcohol verbruiken volgens Anna. Hij is teleurgesteld in zijn werk waardoor hij overspannen wordt. Tot twee keer toe houdt hem dat een langere tijd thuis. Moeder is een sterke optimistische vrouw, die meer op Anna betrokken is en die ook creatief is.

Het boek geeft me een relevante inkijk in de 120 sessies. Op het eerste zicht een hele ‘leesklus’ ware het niet dat dit boek heel vlot geschreven is, en dat de onderliggende therapeutische spanning me nieuwsgierig maakt naar wat volgt.
Wat ik daarin vooral mooi vind is de -voor mij- héél authentieke manier van schrijven en reflecteren.
Doorheen dit werk lees ik de grote zorg en tevens de kracht van de therapeut om om te gaan met zijn eigen relationeel therapeutische positie.

In één van de toelichtingen die de schrijver achteraf plaatst geeft hij zelf de kern weer : ‘Ook is te zien hoe intensief het contact wederzijds is. Dat is mede mogelijk door de veiligheid als gevolg van de therapieregels. « Jij zit daar en ik zit hier en dat blijft zo, wat er ook wordt besproken »’.p. 241
De wijze waarop ook de kwetsbaarheid van deze therapeut aan de orde komt, in ondermeer de neerslag van het gesprek met zijn supervisor, geeft op een heel mooie wijze de innerlijke dialoog van de therapeut weer.

Doorheen het werk komen thema’s als suiciteit, verliefdheid, de ‘omkering van incest’ ( !), het idealiseren en de spanning tussen ‘verbonden zijn’ en ‘jezelf’ blijven aan de orde.
Maar ook overdracht wordt in dit werk besproken. Hierbij valt het op dat de schrijver het onderscheid weet te maken tussen wat therapeutisch gangbaar is, en wat in deze unieke casus nodig is in functie van het proces van de cliënt. De therapeutische liefde boven de therapeutische wet.

Wie dit vanuit het contexteel perspectief gaat lezen ziet vlug een aantal mogelijke aanknopingspunten waarop een contextueel therapeut zou ingaan. Je zou kunnen zeggen dat hier een aantal kansen blijven liggen. Zulke reactie zou naar mijn aanvoelen onrecht doen aan het voorliggende proces. Er zijn meerdere goede wegen ‘naar Rome’.
Deze therapeut stelt te werken vanuit ‘het psychodynamische gedachtengoed’ waarin hij de integratie ziet van de ego-psychologie, de object-relatie theorie, de zelf-psychologie en de hechtingstheorie.

Nergens voel ik dat deze schrijver zich een plaats wil schrijven in de vakliteratuur. De therapeutische wetenschap is onmiskenbaar voelbaar op de achtergrond, maar deze schrijver pakt er niet mee uit.
De verdienste van « De therapeut en Anna » ligt dus naar mijn aanvoelen bij de onderstroom van de beschrijving van de therapeutische relatie in dit boek. Daar waar cliënten een gepaste plaats krijgen in het hart van de therapeut. Net omwille van die ondertoon verdient dit boek onze aandacht. Vandaar dat ik dit boek nog even laat rondslingeren op de salontafel thuis : om te kunnen nagenieten van deze hartverwarmende lectuur.

Jan Permentier
2020-4