Positief leefklimaat

Positief Leefklimaat, enkele reflecties.
Jan Decuypere

Vooraf:

k/j = kinderen en jongeren
opvoeder = iedereen die opvoedt ((groot)ouders, professionele opvoeders, …)

 

Vanuit mijn werk in het Buitengewoon Onderwijs enerzijds en als therapeut die mee ‘binnenkijkt’ in gezinnen ben ik al jarenlang geboeid door het thema leefklimaat.

Toevallig ontdekt: het bestaat : https://nl.wikipedia.org/wiki/Leefklimaat

In het Buitengewoon Onderwijs (Type 3) in Vlaanderen is het thema ook weer meer actueel.

Als beginnende pedagoog in de jaren ’80 had ik al vlug de boeken van J.F.W. Kok, ‘Specifiek Opvoeden’, en W. Ter Horst, ‘Herstel van het gewone leven’, op mijn spreekwoordelijk bord gekregen. Ze waren steeds een leidraad om na te denken over hoe leefklimaat betekent kon worden. Recent werd dit orthopedagogisch concept opnieuw opgepikt. Ik volgde van op afstand de twee jaren durende ‘Academische Werkplaats Leefklimaat’ waar op basis van het werk van Kok verder onderzocht werd hoe daar vorm kan worden aan gegeven. Peer van der Helm van de Hogeschool Leiden/Rectoraat Residentiële Jeugdzorg is de deskundige die het gehele verhaal aanstuurt en verschillende publicaties schreef over dit thema. De Vereniging Ons Tehuis werkte samen met de UGent aan de Academische Werkplaats Positief Leefklimaat in Vlaanderen.

https://www.hsleiden.nl/residentiele-jeugdzorg/onderzoek-en-projecten/leefklimaat/index (je vindt er heel wat literatuur en de vragenlijsten waarmee hij leefklimaat in kaart wil brengen)

https://votjeugdhulp.be/voorstelling-AWL

Als we doorheen ervaring en eigen literatuur scrollen dan komen enkele thema’s steeds terug : het leefklimaat moet veiligheid bieden, moet positief zijn, moet motiverend zijn, moet … kinderen en jongeren ‘leren’ beter als de omgeving en de begeleider positief overkomt. Kok, en Peer van der Helm nemen dit over, spreken over de ‘eerste graadsstrategie’, de basis voor alle werk.

Zonder op deze theorievorming in te gaan (Peer van der Helm schreef al één en ander) zijn de sleutelelementen : emotionele steun en sensitieve responsiviteit, autonomie en ruimte, structureren/ordenen en grenzen stellen, informatie geven en uitleggen, begeleiden van interacties tussen jeugdigen en stimuleren en ondersteunen van interacties tussen jeugdigen en ouders.

Heel veel elementen spelen hierbij een rol : ‘wie’ is er aanwezig, ‘wat’ is er aanwezig, hoe is de ordening in tijd (welk ritme), ruimte en handeling, met welke intenties wordt de wereld aangeboden, hoe uitdagend is de wereld die wordt aangeboden en welke relationele context is er nodig om te kunnen ontwikkelen.

Welke mogelijkheden zijn er om emoties te reguleren, hoe ‘trauma-sensitief’ is de school/leefgroep/…. Hoe wordt omgegaan met ‘pain-based-behavior’ ? Hoe wordt begeleid zodat iedereen binnen zijn ‘window-of-tolerance’ kan blijven ?

Welke waarden worden gehanteerd en hoe worden die vertaald in regels en gedragsverwachtingen.

Vanuit verschillende kaders wordt inspiratie geboden maar de rode draad is wel hoe opvoeders omgaan met k/j, het relationele.

Wat opmerkelijk is, is het gegeven dat de derde graadsstrategie pas werkzaam is als deze ingebed is in de eerste, het leefklimaat dus. Opmerkelijk om enkele redenen: in een context van buitengewoon onderwijs, jeugdzorg, wordt vaak gesuggereerd dat k/j therapie nodig hebben als de ontwikkeling stokt. Geeft het dan misschien meer aan dat we er niet in slagen om het leefklimaat af te stemmen op de behoeften van k/j … in plaats van een behoefte aan therapie ?! Herstellen aan het gewone leven door het gewone leven is voorwaarde voor herstel én voorwaarde opdat het diepere werk in de therapie resultaat zou geven ?

Klopt het dan dat dit een algemene regel is ? Therapie werkt pas als het ingebed is in het leefklimaat van gezin, … ?? Eerst herstel van verbinding met ‘het leven’ en dan pas …

In ‘De andere 23-uur’ vinden we dezelfde gedachte terug. Ik durf het zelfs ‘de andere 167uur’ noemen, als het ene uurtje therapeutische ondersteuning niet ingebed is in de andere 167uren die een week telt …

De vraag die ik mij als contextueel therapeut stel is in welke mate het contextuele denken een extra kwalitatieve bijdrage kan leveren als we vorm willen geven aan het leefklimaat in gezin, school-klas-/leefgroep, …

We sluiten aan bij het denken dat in het leefklimaat de relatie opvoeder-kind/jongere een essentiële rol vervult. De opvoeder stuurt de onderlinge relatie aan en zorgt voor een veilige relatie, een positieve relatie, een motiverende relatie, een … kortom voor een groeibevorderende connectie.

De professionele opvoeder staat voor ‘passend’ in relatie staan. Dit geeft aan dat hij/zij traumasensitief in de groep staat en vanuit een ‘niet beschadigende houding’ omgaat met k/j. Het vraagt aandacht om die relatie niet aan het toeval over te laten. Net als de therapeutische relatie het fundament is van de therapie is de opvoedingsrelatie het fundament van de opvoeding en begeleiding. Meer nog als het leefklimaat dat gerealiseerd wordt door de relatie opvoeder-k/j niet kwalitatief is, is het effect van therapie minimaal of zelfs contra-productief ?

Met een contextuele bril op, kunnen enkele mogelijke competenties van een professionele opvoeder zijn: heeft de opvoeder inzicht in de balansen van geven en nemen in het gezin van k/j en de loyaliteiten die daar spelen ? Is de opvoeder sensitief voor de dynamieken waar k/j hem/haar in meeneemt ? Is de opvoeder sensitief voor de dynamieken uit zijn/haar eigen context ? Is er sprake van roulerende rekeningen ? Er is thuis en t-huis : ook al groeien kinderen niet thuis op, er is een andere leefomgeving mogelijk die voor een t-huis omgeving kan zorgen en waar horizontale en verticale loyaliteiten hun plaats krijgen ? Wat met geparentificeerde kinderen ? Wat met geparentificeerde volwassenen ?

De opvoeder staat voor een moeilijke opdracht. Hij/zij moet een relatie aanbieden die ‘zuiver’ is en waaraan k/j zich kunnen ontwikkelen. ‘Zuiver’ betekent dan zoveel mogelijk ‘gezuiverd’ van alles wat voor k/j een belemmering kan zijn om te leven, te groeien, te ontwikkelen cognitief, emotioneel, sociaal, moreel, …

De opvoeder is in eerste instantie ‘mens’, daar bouwt hij/zij zijn professionaliteit op/rond/over/… vandaar dat voorafgaand aan de professionaliteit in denken en handelen er aandacht moet zijn voor de ‘mens’, de persoon van de opvoeder. Zorgzaam omgaan met k/j betekent zorgzaam omgaan met opvoeders. Het is nastrevenswaardig dat de persoon van de professionele opvoeder dicht aanleunt bij  de ‘mens’ die hij/zij is.

Hij/zij moet op een open en spontane manier die sfeer neerzetten, die situaties aanbieden, die relatie aangaan die voor k/j groei betekent. Tegelijkertijd zorg dragen voor de relatie k/j – ouders

Terwijl ik dit schrijf komt de gedachte aan het veranderende klimaat waarmee we geconfronteerd worden. Opwarming van de aarde … maar ook opwarming van het klimaat in gezinnen, scholen, klassen, leefgroepen, teams ? Belangrijk om op al deze plaatsen het leefklimaat open en positief te maken.

 

Jan, winter 2022