‘Wie ben ik in een getraumatiseerde en traumatiserende samenleving’

‘Hoe dader-slachtofferdynamieken ons leven bepalen en wij ons hieruit kunnen bevrijden’

 

 

 

Franz Ruppert
Uitgeverij Mens! Eeserveen, 2021, ISBN978 94 6316 022 3

Uitgeverij ‘Mens’ is een uitgeverij die onze aandacht verdient. Niet alleen omdat ze het werk van Bessel Van Der Kolk in ons taalgebied onder de aandacht bracht, maar ook omdat ze erin slaagt om het begrip ‘trauma’ te verbreden en te verdiepen doorheen haar publicaties.
Het voorliggende boek van Dr. Franz Ruppert, pas verschenen, past daar naadloos in.

Ofschoon nooit letterlijk verwoord liggen contextuele thema’s heel dichtbij. Het verschil tussen verdelend en vergeldend onrecht, de vormen van parentificatie de bespreking van onrecht, hier vooral trauma genoemd, doorheen generaties: het is herkenbaar voor een contextueel werker.

Dit boek is niet alleen goed in de beschrijving van het ontstaan van trauma en traumatische levenservaringen het schetst ook hoe onze individuele trauma’s doordringen in de samenleving en in de relaties tussen bevolkingsgroepen en naties.

Zowel de neo liberale manier van kijken, als andere ‘traumatiserende’ ideologiën worden op de korrel genomen. Tegelijkertijd blijft de focus aanwezig op de dader-slachtofferdynamiek. Micro en macro wereld geven mekaar de hand. “ Op die manier voelen traumaslachtoffers zich persoonlijk verantwoordelijk voor de hele wereld…ze troosten de gewonden en ruimen de lijken op die de traumadaders achterlaten” p.115 De hele wereld: het gaat hier zowel om oorlogsslachtoffers als om zij die ‘sneuvelen’ op onze persoonlijke interrelationele en intergenerationele ‘familie-slagvelden’. 

Narcisme wordt in dit werk gezien als een dader-slachtofferdynamiek waar bij beiden, dieper trauma aan voorafgaat zonder dat Ruppert aan ‘victim blaming’ doet. Op die manier wordt ook narcisme ‘meerzijdig partijdig’ benaderd. Narcisme geldt als één van de voorbeelden van deze meerzijdige benadering bij het bewust worden van het ontstaan van traumatische ondergronden van psychisch leed. 

De auteur situeert het ontstaan van trauma al héél vroeg: in de baarmoeder kan ons ‘levend wezen’ de ‘in’-druk krijgen dat het niet echt welkom is met alle gevolgen vandien. Goed om daar over na te denken.

Hoe je het ook draait of keert, het boek doet je ook reflecteren bij de eigen verwondingen, bij het eigen daderschap en het eigen slachtoffer zijn. Er  zijn plaatsen in dit boek waarbij ik zelf ‘gespiegeld’ wordt in mijn eigen kwetsbaarheid. Ook de auteur stelt zich kwetsbaar op. Dit sluit hoopvol aan bij de tendens die we in ons land en elders zien waarbij BV’s en anderen de schaamte opzij zetten om te praten over de eigen trauma’s en de eigen kwetsbaarheid. Terwijl ik deze woorden schrijf heeft zelfs Harry ‘voormalig’ prins uit het Britse vorsenhuis het over deze trauma’s waarvan wij het topje van de ijsberg zien in onze therapiekamers.

Ontwaren we bij onszelf en onze collega’s ook daderhoudingen in ons werk, zoals beschreven in dit boek? Een confronterende vraag! Is het opeisen van exclusiviteit om de psychotherapie te beoefenen door sommigen ten koste van evenwaardig professionele anderen ook een ‘daderhouding’ op basis van een te enge wetenschappelijke ‘daderideologie’? (p.128 -p133)

Mogelijks ook confronterend voor onze geestelijke gezondheidszorg is de vraag of we al dan niet zelf en op een subtiele manier meedoen aan de pathologisering van slachtoffers en daders…p.175?
Een vraag die mag, of liever moet aanwezig zijn zonder dat ze ons moet onderuithalen in de wetenschap dat het ok is om een ‘voldoende goede therapeut’ te zijn

Tegelijkertijd met de vele vragen, en de duidelijke beschrijvingen slaagt de schrijver er in om niet te polariseren. Hij stelt dan ook: ‘de uiterlijke revolutie moet worden voorafgegaan aan de innerlijke revolutie en dat kan pas als iedereen zich bewust wordt van zichzelf en zijn psychisch gevoelsleven en de verantwoordelijkheid voor zijn eigen leven draagt’. p.172

Waar de probleemformulering duidelijk en scherp is wordt het een ander verhaal als op het eind van het boek gekeken wordt naar mogelijke oplossingen. Hoe we ons samen met een therapeut uit deze dader slachtofferdynamiek moeten ontworstelen? Het blijft een moeilijk verhaal!
Waar het relationele als struikelsteen duidelijk wordt gesitueerd in dit werk mis ik hoe nét dit relationele ook helend kan zijn. Zeker er wordt voorzien dat de ander een noodzakelijke spiegel is om ons uit ons kluwen te bevrijden. Maar toch wordt het boek hier plots weerhoudend. 

Niemand kan alleen voor de ontwikkeling van zijn eigen welzijn zorgen. We hebben de ander nodig om in een veilig relationeel geven en ontvangen mekaars kwetsbaarheid te kunnen dragen, zonder dat we ons daarom moeten schamen. We hebben mekaar nodig om wat in ons zit als kracht om dit ook ‘in relatie’ te openbaren wil onze kracht bestaansrecht krijgen.

Het is duidelijk: we zijn er nog niet, we moeten nog zoveel leren, mirakeloplossingen zijn er niet.  Daarom is het goed dat we diverse wegen bewandelen om de getraumatiseerde mens bij te staan.
Soms zijn het ook vreemde wegen die openbarend kunnen zijn. 

Dit boek heeft zeker zijn verdienste in de beschrijving van trauma en de maatschappelijke impact ervan. Het relationele staat hier centraal en in die zin wil ik het dan ook aanbevelen voor wie contextueel denkt en handelt.

Jan Permentier 15.05.2021